🐾 De Appenzeller Sennenhond – vrolijk, slim en onvermoeibaar Zwitsers talent
Hoi, ik ben Sienna, een trotse Appenzeller Sennenhond. En vandaag vertel ik je alles over mijn ras – waar we vandaan komen, waarom we zo’n grappige krulstaart hebben, en waarom wij nooit, maar dan ook nooit stilzitten 😄
🧬 Wat is een ras eigenlijk?
Bij de wereldhondententoonstelling van 1979 in Bern werd het mooi samengevat: een ras is een groep honden die door mensen bewust is gefokt op uiterlijk, karakter en prestaties. Niet zomaar willekeurig, maar met een duidelijk doel.
Zo’n doel noemen ze een rassestandaard — een soort handleiding waarin precies staat hoe een hond eruit hoort te zien en hoe hij zich hoort te gedragen. Voor ons Appenzellers is die standaard al in 1914 opgesteld door Albert Heim, een Zwitserse geoloog en hondenliefhebber. Dankzij hem weten fokkers wereldwijd nog steeds wat een échte Appenzeller is.
🐕 Het eerste Appenzeller type
Lang geleden zag mijn ras er trouwens iets anders uit dan nu.
Onze voorouders waren robuuster, wat ongelijk in bouw, en soms hadden ze te zware oren of te lange snuiten. De beroemde ringelstaart (die vrolijke krul op mijn rug) bestond nog niet bij allemaal. En ook de kleuren varieerden — van roodbruin tot vaalzwart, met wat slordige witte vlekken hier en daar.
Toch hadden ze allemaal één ding gemeen: ze waren betrouwbare werkers.
Sterk, slim, en met een groot hart voor hun mensen.
🧡 Hoe we werden wie we zijn
Rond 1900 begon men de Appenzeller echt als ras te organiseren.
Zwitserse boeren, fokkers en kynologen (dat zijn mensen die héél veel over honden weten) kwamen samen om afspraken te maken. Ze hielden tentoonstellingen, keurden honden en spraken over fokdoelen.
Een naam die je vaak hoort is Josef Anton Gmünder, de eerste voorzitter van de Appenzeller Sennenhondenclub. Elk jaar bracht hij fokkers bij elkaar om te praten over wat goed was voor het ras — niet om te pronken, maar om te verbeteren.
Langzaam groeide de Appenzeller uit tot de hond die je nu kent:
driekleurig (zwart, wit en roestbruin)
gespierd en compact
alert, vrolijk en trouw
een geboren hoeder én familiehond
🏔️ Van Alpenboerderij tot familiehond
Lang geleden liepen onze voorouders dus tussen de koeien in de Zwitserse Alpen, vooral in het kanton Appenzell. We hielpen de boeren met het drijven en hoeden van het vee, bewaakten erf en huis, en lieten met onze scherpe blaf weten als er iets niet pluis was.
Wij zijn dus echte werkhonden – sterk, wendbaar en slim. En ja, we kunnen eindeloos doorgaan. Vandaar dat mensen ons ook wel de “workaholics” onder de Sennenhonden noemen 🐕🦺
Onze vrolijke, heldere blaf hoor je van verre. En die typische krulstaart – dat “posthoorntje” – is een beetje ons handelsmerk.
🐶 Zo zien wij eruit
De officiële rasstandaard (FCI-046) zegt het zo mooi:
“Driekleurig, middelgroot, vierkant gebouwd, gespierd en levendig – met een humoristische uitdrukking.”
Dat klopt helemaal. Wij zijn compact gebouwd, gespierd, met een glanzende vacht in zwart-wit-roest of soms chocoladebruin-wit-roest.
Onze expressie is altijd alert, nieuwsgierig en een tikje speels – alsof we stiekem altijd een plan hebben 😉
Onze beschrijving is tot op de centimeter vastgelegd:
Reu: 52–56 cm schofthoogte
Teef: 50–54 cm
Stevig gebouwd, levendig karakter, slim en moedig
Een hart vol energie en trouw
🌿 Meer dan alleen een uiterlijk
Toch is een ras meer dan een uiterlijk plaatje.
Het is een stukje cultuur, liefde en samenwerking tussen mens en dier.
De Appenzeller is het resultaat van eeuwenlang samenleven met de mensen in de Alpen — een levend bewijs dat vriendschap tussen mens en hond niet alleen natuurlijk, maar ook wederzijds is.
💪 Zo gedragen we ons
Wij Appenzellers zijn levendig, temperamentvol, moedig en een beetje eigenwijs. We zijn herders, waakhonden, huisgenoten én beste vrienden. En bovenal: we doen alles met plezier — want wat wij doen, doen we met overtuiging.
We zijn waaks en betrouwbaar, slim en trouw – maar ook best kritisch. We vertrouwen niet zomaar iedereen, en dat is precies waarom we zulke goede erf- en familiehonden zijn.
We hebben veel energie én hersens, dus we houden van uitdagingen. Denk aan speuren, behendigheid, of gewoon een flinke bergwandeling.
We leren snel, maar we willen wél weten waarom we iets moeten doen. Met een duidelijke, consequente baas bloeien we helemaal op.
🧬 Gezondheid en levenslust
Appenzellers leven gemiddeld 11 tot 13 jaar, maar uitschieters boven de 16 komen voor. We zijn sterk gebouwd en over het algemeen gezond, vooral dankzij een brede genetische basis aan het begin van onze fokgeschiedenis.
Aandachtspuntjes? Onze gewrichten – daarom is verantwoord fokken belangrijk, met controles op HD (heupdysplasie) en PL (patellaluxatie).
En ja: we hebben véél beweging nodig. Stilzitten is niks voor ons.
❤️ Voor wie wij bedoeld zijn
Een Appenzeller is geen hond die je “erbij” neemt. We willen samenwerken, bezig zijn, leren, ontdekken. Als we mogen helpen, bloeien we op.
We passen perfect bij actieve baasjes die houden van wandelen, werken, en een hond die meedenkt (en soms zelfs voor je denkt 😅).
Wie ons begrijpt, krijgt een vriend voor het leven – slim, trouw en altijd vrolijk.
🐾 Liefs, Sienna
“Wij Appenzellers zijn misschien niet de makkelijkste,
maar wel de meest onvermoeibare vrienden die je kunt wensen.” 💛