🐶 Hoe de Appenzeller Sennenhond een echte Zwitser werd
Lang voordat iemand over rashonden sprak, liepen er in de Alpen al slimme viervoeters die mensen hielpen bij hun vee 🏔️ Zo ontstond de Appenzeller Sennenhond — trouw, eigenwijs en met een hart zo groot als de bergen zelf 💛 Lees hier het blog over hoe deze vrolijke werker uitgroeide tot een echte Zwitserse hond✨
Hoi, ik ben Sienna, en vandaag neem ik je mee op een reis — ver, ver terug in de tijd. Want wist je dat mijn voorouders al duizenden jaren geleden aan de zijde van mensen liepen? Ja hoor, nog lang voordat iemand woorden als “rasstandaard” of “stamboom” had bedacht, liepen er in de Alpen al honden die hun mensen hielpen met vee, jacht en gezelschap.
🦴 Van wolf tot wandelmaatje
Het begon allemaal bij de wolf. Lang geleden trokken mensen rond als jagers, en slimme wolven ontdekten dat er bij die mensen altijd wel iets te halen viel: botten, resten van prooien, een warm vuurtje misschien. De dapperste wolven kwamen steeds dichterbij. En zo ontstond er langzaam iets bijzonders — vertrouwen.
Uit dat vertrouwen groeide vriendschap. En uit vriendschap? Nou, dat werd de hond.
De eerste honden hielpen bij de jacht, waakten bij het kampvuur en aten de restjes op (dat laatste is nooit veranderd, geloof me 😋).
🧀 De Appenzeller en zijn hond
Duizenden jaren later, in de groene heuvels van het Zwitserse Appenzell, kreeg de band tussen mens en hond een heel eigen karakter. Het leven daar was ruig en bergachtig — weinig graan, veel koeien. De mensen hielden zich bezig met veeteelt en kaas maken, en hun honden waren hun vaste helpers.
Deze honden moesten slim, snel en moedig zijn. Ze dreven de koeien van de dalen naar de Alpenweiden, bewaakten het erf en hielpen de Sennen (boeren) bij alles wat met vee te maken had. Zo ontstond de Appenzeller Treibhund, de voorouder van de Appenzeller Sennenhond.
Ze waren niet luxe of sierlijk, maar sterk, trouw, alert en taai als berggras. En ze hoefden geen steak te eten om gelukkig te zijn — een beetje melkwei was genoeg.
🐄 De hond van de Sennen
In de tijd dat Sennen met hun kuddes van boerderij naar boerderij trokken, was een hond letterlijk onmisbaar. Zonder een goede “Treibhund” kon je de kudde niet bij elkaar houden. De honden moesten hun meester begrijpen zonder woorden — een blik, een fluitsignaal, en hup, daar gingen ze alweer een koe achterna die de verkeerde kant op liep.
Hun taken waren duidelijk:
de kudde bijeenhouden
voorop lopen bij tochten naar de Alpen
de hut en spullen bewaken
vriendelijk blijven voor mensen, maar niet te veel 😉
Het waren werkhonden met karakter — een beetje eigenwijs, maar altijd betrouwbaar.
🎨 Van rode boerenhond tot trotse Zwitser
De eerste Appenzeller honden waren rood-bruinig, later kwamen de bekende driekleurige vachten: zwart, wit en roestbruin. Ze werden “Blässli” genoemd, naar de witte streep op hun neus. Hun staart, in een krul over de rug, werd hét herkenningspunt van de raslijn.
In de 19e eeuw begonnen hondenliefhebbers zoals Albert Heim en Josef Gmünder zich in te zetten voor het behoud van deze oorspronkelijke Zwitserse honden. Ze richtten clubs op, stelden rasstandaarden vast en zorgden ervoor dat de Appenzeller Sennenhond niet verloren ging tussen alle geïmporteerde rassen. Dankzij hun toewijding bestaat mijn ras nog steeds — levendig, slim en een tikje ondeugend.
❤️ Een spiegel van zijn mensen
De Appenzeller is, net als zijn mensen, vrolijk, trots en een beetje bijdehand. In oude beschrijvingen staat dat Appenzellers “vrij, slim en een tikje scherp” zijn — precies zoals hun honden.
We houden van vrijheid, maar ook van onze familie. We blaffen graag (soms wat te veel, zegt mijn baasje 🙄), maar we bijten zelden. We hebben humor, zeggen ze — en misschien is dat wel waar.
🌿 Kortom: De Appenzeller Sennenhond is geen gewone hond.
Het is een stukje Zwitserse geschiedenis met vier poten, een krulstaart en een groot hart.
Een hond die vrijheid ademt, trouw is tot op het bot, en altijd klaarstaat — of het nu is voor werk, wandelingen of een goed stuk kaas. 🧀